Vliegen in de Open-categorie, welke opleiding heb ik nodig?

30.10.2020| Dion Thomas

Afgelopen week werd vanuit de Nederlandse overheid de concept wet- en regelgeving gepubliceerd voor de aankomende Europese regels voor het vliegen met drones. Aan de hand van de Europese Verordening 2019/947 en de reeds gepubliceerde wettekst vanuit de Nederlandse overheid beschrijft deze blog welke opleiding je straks nodig hebt om te vliegen in de Open-categorie.

 

Subcategorieën

Iedere dronepiloot heeft straks een opleiding nodig, behalve als je vliegt met een drone lichter dan 250 gram en deze niet beschikt over een camera. Welke opleiding je minimaal nodig hebt is afhankelijk van in welke subcategorie jouw drone valt. Dit is voornamelijk afhankelijk van het gewicht van je drone. In de vorige blog beschreven we al de drie subcategorieën, hieronder nog een korte samenvatting:

 

Subcategorie A1

In deze subcategorie vallen de drones met een CE-keurmerk C0 (tot 250 gram) of C1 (tot 900 gram). In afwachting van deze CE-keurmerken is het toegestaan om tot 1 januari 2023 met huidige drones tot 500 gram te vliegen in subcategorie A1.

 

Subcategorie A2

In deze subcategorie vallen de drones met een CE-keurmerk C2 (vanaf 900 gram tot 4 kilogram). In afwachting van dit CE-keurmerk is het toegestaan om tot 1 januari 2023 met huidige drones vanaf 500 gram tot 2 kilogram te vliegen in subcategorie A2.

 

Subcategorie A3

In deze subcategorie vallen de drones met CE-keurmerk C2 (tot 4 kilogram) en C3/C4 (tot 25 kilogram). In afwachting van deze CE-keurmerken is het toegestaan om tot 1 januari 2023 met huidige drones vanaf 2 kilogram tot 25 kilogram vallen in deze subcategorie.

 

Opleidingen

De opleidingen voor het vliegen met drones in de Open-categorie zijn vergelijkbaar met de opleiding voor het huidige ROC-Light. Het grootste verschil is dat zowel de opleiding als het examen alleen nog maar gegeven mogen worden door de overheid erkende opleidingsinstellingen. Binnen de Open-categorie heb je twee verschillende opleidingen.

 

DronePilot Basic Light

Om te mogen vliegen in subcategorie A1 en A3 moet de piloot volgens de Europese drone-wetgeving een online-opleiding volgen. Deze opleiding gaat over de volgende onderwerpen:

 

  • Veiligheid van luchtverkeer
  • Luchtruimbeperkingen
  • Luchtvaartregelgeving
  • Menselijke prestaties en beperkingen
  • Operationele procedures
  • Algemene kennis van een drone
  • Privacy en gegevensbescherming
  • Verzekering
  • Beveiliging

-       Over deze onderwerpen moet de piloot een (online) theorie-examen afleggen. Dit examen bestaat uit 40 meerkeuzevragen en je slaagt hiervoor als je minimaal 75% van de vragen goed hebt beantwoord.

DronePilot Basic

Om te mogen vliegen in subcategorie A2 moet de piloot naast de hierboven beschreven onderwerpen, nog een aantal aanvullende theorie-onderwerpen leren. De opleiding voor het aanvullende certificaat gaat over de volgende onderwerpen:

  • Meteorologie
  • Vliegprestaties van een drone
  • Technische en operationele maatregelen ter beperking van het risico op de grond

Over deze onderwerpen dient wederom een aanvullend theorie-examen te worden afgelegd bestaande uit 30 meerkeuzevragen. Ook hier geldt dat de piloot is geslaagd als er minimaal 75% van de vragen goed beantwoord zijn.

 

Aanvragen Europees Dronebewijs

Als je al geregistreerd bent bij het RDW als operator dan kun je, nadat je een van de twee opleidingen succesvol hebt afgerond het Europees erkende Dronebewijs aanvragen bij het RDW. Voor de subcategorieën A1 en A3 is het aantonen van je certificaat voldoende om de aanvraag te doen. Wil je het aanvullende A2 Dronebewijs aanvragen dan dien je naast je certificaat ook een verklaring af te leggen dat je voldaan hebt aan de praktijkopleiding. Deze praktijkopleiding hoef je niet te volgen bij een erkende opleidingsinstelling maar mag je zelf doen!