Drone vliegen in de Open-categorie

08.10.2020| Dion Thomas

De Open-categorie is in de nieuwe Europese drone wetgeving de categorie waarin vluchten vallen die gekenmerkt worden door het laagste risicoprofiel. Vrijwel alle hobby vliegers en huidig ROC-Light houders zullen vanaf 31 december terecht komen in de Open-categorie. In de Open-categorie gelden een aantal algemene regels. Daarnaast gelden er afhankelijk van het gewicht van de drone, een aantal bijkomende regels. Deze regels zijn verbonden aan de drie subcategorieën A1, A2 en A3.

 

 

Verplichte registratie

Iedereen die na 31 december wilt vliegen met een drone zwaarder dan 250 gram, of met een camera, dient zich als persoon of organisatie online te registreren bij het RDW. Na de registratie ontvang je van het RDW een uniek identificatienummer welke je altijd zichtbaar op de drone moet monteren door middel van bijvoorbeeld een sticker. Het unieke identificatienummer komt terecht in een Europese database zodat je in heel Europa kunt vliegen. Houd er wel rekening mee dat de operator registratie alleen mogelijk is in het land waar je woonachtig bent.

 

Algemene regels

De Europese dronewetgeving versoepelt de regels voor wat betreft de maximale hoogte en afstand. Ten opzichte van het huidige ROC-Light wordt de maximale hoogte verhoogd van 50 meter naar 120 meter. Als piloot is en blijft het verplicht om de drone in het zicht te houden, echter vervalt in de nieuwe wetgeving de maximale afstand. Verder wordt van de piloot verwacht dat hij of zij of veilige afstand van mensen blijft en niet over mensenmenigte heen vliegt. Daarnaast verleent een dronepiloot altijd voorrang aan het overig luchtverkeer en mag er niet gevlogen worden in de aangegeven no-fly zones.

 

Drie subcategorieën

Zoals eerder al aangegeven bestaan er naast de algemene regels nog een aantal extra regels afhankelijk van de subcategorie waarin de drone valt. De subcategorie is afhankelijk van het gewicht van de drone.

 

Subcategorie A1

In deze subcategorie vallen de drones met een CE-keurmerk C0 (tot 250 gram) of C1 (tot 900 gram). In afwachting van deze CE-keurmerken is het toegestaan om tot 1 januari 2023 met huidige drones tot 500 gram te vliegen in subcategorie A1. Deze subcategorie wordt geclassificeerd als zeer laag risico, het is daarom toegestaan om over mensen (geen menigte) te vliegen.

 

Subcategorie A2

Deze subcategorie wordt geclassificeerd als de subcategorie met het hoogste risicoprofiel. Drones met een CE-keurmerk C2 (tot 4 kilogram) vallen in de subcategorie A2. Met dit type drone dien je minimaal 30 meter afstand te bewaren tot mensen tenzij je langzamer vliegt dan 3 m/s, dan mag de afstand verkort worden tot 5 meter. In deze subcategorie vallen de huidige drones zonder CE-keurmerk vanaf 500 gram tot 2 kilogram, je dient echter in plaats van 30 meter wel 50 meter afstand te houden tot personen.

 

Subcategorie A3

Subcategorie A3 heeft dezelfde risicokwalificatie als subcategorie A1, namelijk een laag risicoprofiel. In deze subcategorie dien je echter wel minimaal 150 meter afstand te houden tot bebouwing, industrie en recreatiegebieden. De afstand tot mensen dient gelijk te zijn aan de vlieghoogte waarbij 30 meter de minimale afstand is. In deze subcategorie mag je vliegen met drones met CE-keurmerk C2 (tot 4 kilogram), C3/C4 (tot 25 kilogram). Ook de huidige drones zonder CE-keurmerk vanaf 2 kilogram tot 25 kilogram vallen in deze subcategorie.

 

Het Europees Dronebewijs

Het Europees Dronebewijs kent straks twee verschillende mogelijkheden beide gekoppeld aan een uniek certificaat. Er is een opleiding benodigd voor het vliegen in subcategorieën A1 en/of A3 en een aanvullende opleiding om te vliegen in subcategorie A2.